The Long Dark Teatime of the Soul

Over een lezing van David Grand, en wat paradigmaverschuivingen vaak met ons doen

 

 

Op 10 december 2025 gaf David Grand een lezing tijdens een internationale online fundraiser via Zoom voor Brainspotting Help (BSPHelp), een organisatie die humanitair Brainspotting-werk wereldwijd ondersteunt.
De titel van zijn bijdrage was:

The Frame and Its Vicissitudes
(Het Frame en zijn Wisselvalligheden / Het Frame en zijn Gedaanteveranderingen).

De lezing raakte iets aan wat velen onmiddellijk herkenden.
Er was ontroering, inspiratie, verwondering. Voor sommigen zelfs een gevoel van: hier gebeurt iets groots.

Dat klopt.
Maar wat zelden hardop wordt gezegd, is dit:

Grote verschuivingen in denken, wetenschap en heling beginnen zelden met helderheid of opluchting.
Ze beginnen vaak met desoriëntatie, lichamelijke onrust en een verlies van vertrouwde kaders.

In de geschiedenis van wetenschap, filosofie en therapie zien we dit patroon steeds terug.
Niet als uitzondering, maar als regel.

Paradigmaverschuivingen zijn geen ‘aha-momenten’

Een paradigmashift is geen nieuw idee dat netjes naast het oude past.
Het is een moment waarop het bestaande raamwerk niet langer voldoet.

Dat heeft gevolgen — niet alleen intellectueel, maar ook lichamelijk en existentieel.

Twijfel.
Vermoeidheid.
Ziekte.
Somberte.
Een gevoel van eenzaamheid of niet meer weten waar je staat.

Douglas Adams gaf hier ooit speels maar raak woorden aan:
“the long dark teatime of the soul.”

Niet als pathologie.
Niet als falen.
Maar als tussentijd:
wanneer het oude wegvalt en het nieuwe nog niet belichaamd is.

Historische echo’s

Charles Darwin verloor na de dood van zijn dochter niet alleen een kind, maar ook zijn religieuze zekerheid. Zijn godstwijfel was geen theoretisch standpunt, maar een existentieel gevolg van verlies en inzicht.

Kurt Lewin, grondlegger van de veldtheorie, ontdekte dat gedrag niet uit het individu verklaard kon worden zonder de context. Dat inzicht ontstond niet in rust, maar in tijden van oorlog, migratie en ontworteling.

Maurice Merleau-Ponty bracht het lichaam terug als dragend subject van ervaring — een breuk met eeuwen van denken. Dat betekende: het fundament van kennis zelf wankelde.

Gregory Bateson zag dat wat wij ‘pathologie’ noemen vaak relationele patronen zijn. Dat inzicht maakte hem scherp, maar ook moeilijk plaatsbaar binnen bestaande kaders.

Francisco Varela, neurobioloog en filosoof, verbond brein en ervaring in wat hij neurofenomenologie noemde. Hij beschreef zelf hoe eenzaam het was om tussen wetenschap en ervaring in te werken.

Stephen Jay Gould waarschuwde tegen elegante, maar reducerende verklaringen. Hij liet zien dat ontwikkeling sprongsgewijs verloopt — en dat wetenschap haar grenzen moet kennen.

Wat deze mensen delen, is niet genialiteit alleen.
Ze delen een periode van ontregeling.

Een neuro-existentiële storm, waarin het lichaam vaak eerder begrijpt dan het hoofd.

En nu: therapie

Ook in therapeutische velden zien we dit patroon terug.

De lezing van David Grand raakt aan zo’n impliciete verschuiving:
weg van techniek en protocol, richting veld, relatie en belichaamde aanwezigheid.

Dat is geen kleine stap.
En het vraagt meer dan enthousiasme.

Wanneer we zulke momenten uitsluitend vieren, lopen we het risico de prijs ervan te ontkennen:
de verwarring, de vertraging, het niet-weten.

Romantisering is begrijpelijk — maar niet onschuldig.
Ze kan het dragende midden overslaan waar integratie plaatsvindt.

Wat vraagt dit van ons?

Misschien niet méér woorden.
Misschien geen snelle conclusies.

Maar:

  • vertraging

  • lichaamsbewustzijn

  • historisch besef

  • en bereidheid om een tijdlang niet te weten

Niet elk inzicht vraagt onmiddellijke toepassing.
Sommige vragen eerst bedding.

Misschien is dit zo’n moment.

Voor wie deze reflectie wil verdiepen, is er een persoonlijke vervolggedachte te vinden op mijn Patreon.